Quanta|NpM    Wilhelmina Druckerweg 7, 4105 EP    Culemborg    t:0345 - 532 187    info@quantanpm.nl
Zoeken

Home > Veelgestelde vragen

Veelgestelde Vragen

Heeft u een vraag stel hem hier.


Vragen

Wat is sociaal ondernemen?
Wat zijn de negen petten van de sociaal ondernemer?
Wat is vitaal vakmanschap?
Waarin verschillen diensten van producten?



Antwoorden

Wat is sociaal ondernemen?

Sociaal ondernemers creëren maatschappelijke meerwaarde, door een positieve bijdrage te leveren aan de samenleving. Geld is hiervoor een belangrijk middel, maar nooit het hoofddoel. Sociaal ondernemers herkennen knelpunten in de maatschappij en leveren (nieuwe) manieren om deze op te lossen. Zij beschikken over de betrokkenheid, visie en vastberadenheid om veranderingen te bewerkstelligen en combineren maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel met zakelijke discipline.

Wat karakteriseert een sociaal ondernemer?

1. Visie | Een ambitie gaat hand in hand met een idee over een te varen koers, waarvan wordt verwacht dat deze een
oplossing biedt voor een probleem in de samenleving of van een doelgroep.
2. Informatie | Kennis van het werkterrein, de markt en doelgroepen, speelt een belangrijke rol in het doen en laten.
3. Onafhankelijkheid | Persoonlijke drijfveer is een sterk gevoelde eigen verantwoordelijkheid.
4. Oog voor geld | Een sociaal ondernemer heeft een goed oog voor de balans van inkomsten en uitgaven.
5. Beweging | Altijd worden de stappen gezet die nodig zijn om doelstellingen te realiseren. Doen staat voorop.
6. Verbinding | De samenwerking wordt gezocht met diegenen die nodig zijn om tot oplossingen te komen.


Wat zijn de negen petten van de sociaal ondernemer?

Als sociaal ondernemer zet u afwisselend één van negen petten op.Gecombineerd geven deze petten het overzicht en inzicht dat nodig is om een koers te bepalen en resultaten te boeken.

1. Strateeg | U zet de koers uit die de beste garantie biedt om uw doelstellingen te realiseren.
2. Verkenner | U ontwikkelt zicht op uw werkterrein en natuurlijk ook op uw collega’s, partners, concurrenten, of doelgroepen.
3. Verkoper | U motiveert anderen om toch vooral met u in zee te gaan. U maakt hen enthousiast voor uw missie en ambities.
4. Relatiebeheerder | U zorgt er voor dat uw relaties met collega’s, partners, klanten, cliënten of ... , goed blijven. Keer op keer vraagt u zich af, hoe u hen een plezier kunt doen.
5. Coördinator | U draagt er zorg voor dat alles wat nodig is om gemaakte afspraken na te komen, ook wordt uitgevoerd. Afspraak is immers afspraak!
6. Partner | U denkt mee met uw relaties. U zet al uw kennis en ervaring in om hen van dienst te zijn. Ook ontwikkelt u voortdurend de kwaliteit van uw aanbod.
7. Specialist | U versterkt uw professionele kracht. U beseft dat deze de spil is van effectief sociaal ondernemerschap. U weet dat het er om gaat als specialist de goede dingen op de goede manier te doen.
8. Concurrent | U zoekt naar mogelijkheden om uzelf op een positieve manier te onderscheiden. U houdt er rekening mee dat een concurrent tegelijkertijd ook een waardevolle partner of collega kan zijn.
9. Schatbewaarder | U hebt oog voor de balans van kosten en opbrengsten. U realiseert uw financiële doelstellingen met het oog op de gewenste continuïteit van uw organisatie en uw maatschappelijke functie.

De negen petten van de sociaal ondernemer bieden u overzicht en inzicht. Door de geboden structuur én de tot reflectie uitnodigende vragen. Deze moedigen u aan om wat meer afstand te nemen van ‘de waan van de dag’ en uw gedachten te ordenen en oplossingen te formuleren. Want wie tot over zijn oren in de soep zit, ziet de ballen niet drijven (Lucebert).


Wat is vitaal vakmanschap?

Vitale vakmensen blijven in verbinding met hun persoonlijke, diepgevoelde overtuigingen en waarden. Deze vormen het fundament van hun vak en opdracht. Dit persoonlijke kompas maakt dat zij zichzelf oprecht en warmhartig verantwoordelijk voelen voor het bereiken van resultaten voor doelgroep en samenleving. Zij ontwikkelen de moed om te staan voor datgene wat hen bezielt. Ook als dat lastig is.

Vitale vakmensen werken en leren samen vanuit deze diepgevoelde waarden en overtuigingen. Zij dagen zichzelf uit om zich te blijven ontwikkelen en te doen wat nodig is om de voor samenleving of doelgroep gezochte resultaten te boeken. Zelfs in de lastigste situaties en bij stevige tegenwind. Daardoor is hun impact groot. Dat levert hen voldoening, een duurzame motivatie en energie op. Waardoor hun effectiviteit verder toeneemt.

Vitale vakmensen omarmen zowel kwetsbaarheid als lef, of zelfs rebellie.

Kwetsbaarheid betekent onzekerheid accepteren, jezelf bloot geven en (emotionele) risico’s nemen. Zonder kwetsbaarheid worden de onzekerheid en risico’s vermeden die horen bij leren, creativiteit, innovatie, veranderen, of samenwerken. Stuk voor stuk belangrijke ingrediënten van professionaliteit. Waar kwetsbaarheid wordt weggeduwd komt professionaliteit niet tot bloei omdat professionals de eigen handelingsruimte, kracht en motivatie inperken.

Omdat persoonlijke drijfveren, overtuigingen en waarden hen leiden, raakt het vitale professionals ook wanneer zij niet kunnen doen wat in hun ogen juist en nodig is. Dat is ook de belangrijkste reden waarom zij als hindernissen in de weg staan en samenwerken geen uitkomst biedt, bereid zijn vreedzaam te vechten. Om te kunnen doen wat nodig is voor het bereiken van de voor samenleving en doelgroep nagestreefde resultaten. Zo wordt bewust en voortdurend bewogen tussen samenwerken en het lef tonen om weerstand te bieden, of zelfs te rebelleren. Vitale professionals zijn daardoor ook altijd kritisch en rebels.


Waarin verschillen diensten van producten?

De meeste publieke organisaties bieden diensten aan. Het onderscheid tussen producten en diensten doet er in de dagelijkse praktijk toe. Diensten hebben vijf algemene kenmerken waarmee terdege rekening moet worden gehouden door sociaal ondernemers:
1. Diensten en ideeën zijn ontastbaar;
2. Productie en consumptie vallen samen;
3. De afnemer produceert mee;
4. Het aanbod is vergankelijk;
5. Een dienst is persoonsgebonden.
Vanwege de consequenties voor sociaal ondernemen is het van belang na te gaan in hoeverre deze kenmerken gelden voor uw aanbod.

Diensten en ideeën zijn ontastbaar.
Hierdoor ontstaat er bij de afnemer in meer of mindere mate onzekerheid. De doelgroep zal zich sterk vastklampen aan alle zichtbare en fysieke zaken waaruit aard, wenselijkheid en kwaliteit van dienst of idee kunnen worden afgeleid. Voor de aanbiedende organisatie betekent dit dat goed nagedacht moet worden over de wijze waarop dienst of idee tastbaar en zichtbaar gemaakt kunnen worden.

Hoe kan bijvoorbeeld vooraf zichtbaar worden gemaakt:
• Wat mij overkomt tijdens het proces van indicatiestelling;
• Wat deze hulpverlening precies inhoudt;
• Welke gevolgen de hulpverlening heeft voor mijn kennen, kunnen en willen.

Productie en consumptie vallen samen.
Diensten komen tot stand door de interactie en samenwerking tussen aanbieder en doelgroep. Het gaat om een proces waarin contact tussen beide partijen een cruciale rol vervult. De kwaliteit van dit contact is van doorslaggevend belang. Hier spelen de kwaliteit en de inzet van professionals een grote rol! Daarnaast is het imago van de organisatie erg belangrijk. Zeker in die gevallen waarin diensten en ideeën niet door persoonlijke communicatie worden overgebracht, maar door bijvoorbeeld schriftelijke of massamediale communicatie.

Bijvoorbeeld:
• Het advies wordt verstrekt door de hulpverlener en vertaald in een actieplan door de school;
• Tijdens het gesprek verwerkt een echtpaar de door de hulpverlener verstrekte informatie.

De afnemer produceert mee.
De dienstverlener is afhankelijk van de wijze waarop de afnemer zijn wensen en behoeften kenbaar kan maken. Veel diensten vereisen dat de gebruiker informatie verstrekt. Denk aan een huisarts die afhankelijk is van de informatie van een patiënt om een goede diagnose te kunnen stellen. De overdracht van ideeën vereist dat de doelgroep open staat voor informatie, deze verwerkt en het idee adopteert. Een aanbieder van diensten en ideeën dient zich om deze redenen af te vragen onder welke voorwaarden de afnemer bereid is adequaat mee te produceren.

Bijvoorbeeld:
• School, ouder of kind verstrekken de hulpverlener informatie, zodat deze een plan van aanpak kan voorstellen;
• De patiënt oefent het injecteren tijdens het consult met de huisarts.

Het aanbod is vergankelijk.
Niet voor alle, maar toch voor de meeste diensten en ideeën geldt dat het aanbod tot stand komt op het moment dat er actuele vraag is. Producten kunnen in een magazijn worden bewaard totdat er een koper verschijnt. Voor de meeste diensten en ideeën geldt dat voorraadvorming onmogelijk is: de dienst of het idee moeten telkens opnieuw worden ‘geproduceerd’ zodra een afnemer er om vraagt. Dit vereist voortdurende aandacht van hoge kwaliteit voor dit productieproces.

Bijvoorbeeld:
• Een persoonlijk advies houdt op te bestaan als de cliënt vertrekt;
• Een informatielijn produceert telkens weer opnieuw antwoorden op nieuwe vragen.

Een dienst of idee is persoonsgebonden.
Productie en consumptie vallen bij veel diensten en ideeën samen in de interactie tussen medewerker van de aanbiedende organisatie en de afnemer. De kwaliteit van de organisatie wordt hierdoor direct afgemeten aan de kwaliteit van de medewerkers en de context (zoals telefonische bereikbaarheid, ontvangstruimte, kwaliteit begeleidende informatiematerialen, etc.) waarbinnen dienst of idee tot stand komen. De motivatie en kwaliteit van de medewerkers en de kwaliteit van de context waarbinnen deze werken, is van doorslaggevend belang.

Bijvoorbeeld:
• De hulpverlener luistert niet goed en vangt daardoor niet alle signalen op. De patiënt gaat naar huis met het gevoel niet begrepen te zijn;
• De hulpverlener laat de man wachten ook als daar geen aanwijsbare reden voor is;


Wat heeft het voorgaande voor gevolgen voor dienstverlenende publieke organisaties?

• Gebrek aan kennis bij de hulpverlener van zijn (potentiële) afnemers is fnuikend voor de continuïteit;
• De klant zoekt zekerheid op alle mogelijke manieren;
• Verkrijgt de klant geen zekerheid dan zal deze pogen het aanbod te vermijden;
• In de beginfase van het contact met de cliënt, klant, patiënt dienen dienst en idee al te worden geconcretiseerd;
• Het creëren van een aansprekende en goed communiceerbare identiteit is van groot belang;
• Persoonlijke communicatie is zeer belangrijk;
• Alle voor de doelgroep zichtbare zaken moeten worden beschouwd als communicatiemiddel;
• De motivatie van de eigen medewerkers is grotendeels bepalend voor succes.
• Kwaliteitscontrole is cruciaal;
• Beheersing van het totale dienstverlenende proces is belangrijker dan het beheersen van onderdelen van dat proces.